NIS2 richtlijn: verplichtingen voor bedrijven in Nederland

De NIS2-richtlijn krijgt in Nederland definitief vorm in de Cyberbeveiligingswet. Op 7 juli 2026 heeft de Eerste Kamer ingestemd met deze wet. De Cyberbeveiligingswet treedt op 15 augustus 2026 in werking en vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen, oftewel de Wbni. Vanaf dat moment gelden de nieuwe verplichtingen direct voor organisaties die onder de wet vallen.

De wet heeft rechtstreeks betrekking op ruim 8.000 Nederlandse organisaties. Toch is de impact veel groter. Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, moeten namelijk ook risico’s binnen hun toeleveringsketen beheersen. Daardoor kunnen zij strengere cybersecurityeisen stellen aan hun leveranciers en dienstverleners.

Ook wanneer jouw organisatie niet rechtstreeks onder de wet valt, kun je dus met NIS2-verplichtingen te maken krijgen. Denk daarom niet te snel dat deze wet niet over jouw bedrijf gaat.

Wat is de NIS2-richtlijn?

NIS2 staat voor Network and Information Security Directive 2. Het is de opvolger van de eerste Europese NIS-richtlijn uit 2016.

De oorspronkelijke richtlijn richtte zich voornamelijk op een relatief beperkte groep vitale aanbieders. Met NIS2 wordt het bereik uitgebreid naar veel meer organisaties en sectoren. Het doel is om binnen de Europese Unie een hoger en meer gelijkwaardig niveau van cyberbeveiliging te realiseren.

Nederland voert de Europese richtlijn uit via de Cyberbeveiligingswet. Deze wet legt organisaties verplichtingen op rond risicobeheersing, incidentmeldingen en registratie. Ook krijgt het bestuur een duidelijke verantwoordelijkheid voor het cybersecuritybeleid.

NIS2 verplichtingen: wat moet jouw organisatie doen?

Wanneer treedt de Cyberbeveiligingswet in werking?

De Cyberbeveiligingswet treedt op 15 augustus 2026 in werking.

Eerder werd nog rekening gehouden met een invoering eind 2025 of begin 2026. Na meerdere vertragingen heeft de Eerste Kamer de wet op 7 juli 2026 aangenomen. Daarmee is de datum van 15 augustus 2026 definitief vastgesteld.

Voor organisaties die onder de wet vallen, gelden de verplichtingen vanaf de datum van inwerkingtreding. Er is geen algemene periode waarin organisaties eerst nog rustig aan de nieuwe verplichtingen kunnen wennen. Het is daarom belangrijk om vóór 15 augustus vast te stellen of jouw organisatie onder de wet valt en welke maatregelen nog nodig zijn.

Voor welke organisaties geldt de NIS2-richtlijn?

De Cyberbeveiligingswet geldt voor middelgrote en grote organisaties binnen verschillende kritieke sectoren. Het gaat onder andere om:

Organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het beoordelen of zij onder de Cyberbeveiligingswet vallen. Daarbij moet eerst worden gekeken naar het type activiteit en de sector. Vervolgens spelen omvangscriteria mee, waaronder het aantal medewerkers, de jaaromzet en het balanstotaal.

De wet maakt onderscheid tussen essentiële en belangrijke entiteiten. Grote organisaties uit sectoren in bijlage 1 van de wet worden doorgaans als essentieel aangemerkt. Middelgrote organisaties uit deze sectoren en middelgrote en grote organisaties uit sectoren in bijlage 2 worden doorgaans als belangrijk aangemerkt.

Voor bepaalde organisaties geldt de wet ongeacht hun omvang. Dat geldt bijvoorbeeld voor specifieke overheidsorganisaties, DNS-dienstverleners, registers voor topleveldomeinen en bepaalde aanbieders van elektronische communicatiediensten.

Een eenvoudige regel als “meer dan 50 medewerkers of meer dan 10 miljoen euro omzet” geeft daarom slechts een eerste indicatie. Gebruik voor een betrouwbaardere beoordeling de officiële zelfevaluatietool en laat de situatie bij twijfel nader beoordelen.

NIS2-richtlijn: verplichtingen voor bedrijven in Nederland

NIS2-richtlijn geldt mogelijk ook indirect voor leveranciers

Een belangrijk onderdeel van de Cyberbeveiligingswet is de beveiliging van de toeleveringsketen.

Organisaties die rechtstreeks onder de wet vallen, moeten risico’s bij hun rechtstreekse leveranciers en dienstverleners meenemen in hun risicoanalyse. Wanneer een leverancier toegang heeft tot systemen, gegevens verwerkt of een belangrijke rol speelt in de bedrijfscontinuïteit, kan deze leverancier een cybersecurityrisico vormen.

Een organisatie kan daarom onder andere vragen om:

De Cyberbeveiligingswet legt niet automatisch dezelfde wettelijke verplichtingen op aan iedere leverancier. Wel kunnen organisaties die onder de wet vallen eisen stellen aan hun directe toeleveranciers. Daardoor kan de wet ook gevolgen hebben voor kleinere mkb-bedrijven die zelf niet rechtstreeks onder de Cyberbeveiligingswet vallen.

Lever je IT-diensten, software, apparatuur, onderhoud of andere bedrijfskritische diensten aan grotere organisaties? Dan is het verstandig om nu al te bepalen hoe je jouw digitale veiligheid aantoonbaar kunt maken.

Doe de NIS2-richtlijn Quickscan!

Beantwoord 5 korte vragen en ontvang direct een indicatie of de NIS2-richtlijn relevant is voor uw organisatie. Duurt minder dan 1 minuut.

Vraag 1 van 5

In welke sector is uw organisatie actief?

Vraag 2 van 5

Hoe groot is uw organisatie?

Vraag 3 van 5

Is uw organisatie afhankelijk van IT- of OT-systemen?

Denk aan ERP, cloudomgevingen, machines, productielijnen, sensoren, PLC’s of logistieke systemen.

Vraag 4 van 5

Zijn cybersecuritymaatregelen al aantoonbaar ingericht?

Vraag 5 van 5

Weet u zeker of uw organisatie onder de NIS2-richtlijn valt?

De drie belangrijkste NIS2-richtlijn verplichtingen

Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, krijgen te maken met drie hoofdverplichtingen: de registratieplicht, de zorgplicht en de meldplicht.

1. Registratieplicht

Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, moeten zich registreren in het nationale entiteitenregister. De registratie verloopt via MijnNCSC.

Deze registratie is vanaf 15 augustus 2026 verplicht. Het NCSC adviseert organisaties om de registratie vooraf voor te bereiden, zodat de benodigde informatie tijdig beschikbaar is. Na registratie kunnen organisaties worden aangesloten op de dienstverlening van het aangewezen Computer Security Incident Response Team, oftewel CSIRT.

Het verschil tussen systeembeheer en netwerkbeheer

2. Zorgplicht

De zorgplicht verplicht organisaties om passende en evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen te nemen.

De maatregelen moeten gebaseerd zijn op een risicoanalyse. Het is dus niet voldoende om enkele losse beveiligingsproducten aan te schaffen. De organisatie moet inzichtelijk maken welke risico’s bestaan, welke maatregelen daartegen worden genomen en waarom deze maatregelen passend zijn.

De zorgplicht heeft onder andere betrekking op:

De Cyberbeveiligingswet benoemt tien categorieën van zorgplichtmaatregelen waaraan organisaties ten minste aandacht moeten besteden. Welke concrete maatregelen nodig zijn, hangt af van de risico’s, omvang en activiteiten van de organisatie.

3. Meldplicht

Significante cyberincidenten moeten worden gemeld bij het aangewezen CSIRT en de bevoegde toezichthouder. De eerste waarschuwing moet zo snel mogelijk worden gedaan, maar in ieder geval binnen 24 uur nadat de organisatie kennis heeft gekregen van het significante incident. Daarna kunnen aanvullende rapportages en een eindverslag nodig zijn. Een incident kan onder andere significant zijn wanneer het:

Via het centrale meldportaal op MijnNCSC kunnen organisaties een incident tegelijkertijd melden bij hun CSIRT en toezichthouder.

Meldplicht Cyberbeveilingswet
Bestuurders zijn verantwoordelijk voor cybersecurity

Bestuurders zijn verantwoordelijk voor cybersecurity

Cybersecurity is onder de Cyberbeveiligingswet niet uitsluitend een technische verantwoordelijkheid van de IT-afdeling.

Het bestuur moet de maatregelen binnen de zorgplicht goedkeuren en toezicht houden op de uitvoering daarvan. Ook wanneer de dagelijkse werkzaamheden zijn belegd bij een IT-manager, CISO of externe IT-partner, blijft het bestuur eindverantwoordelijk.

Uitvoerende bestuurders van essentiële en belangrijke entiteiten moeten daarnaast aantoonbare kennis en vaardigheden opdoen door middel van een cybersecuritytraining. Zij moeten risico’s en maatregelen kunnen beoordelen en hierover goed onderbouwde besluiten kunnen nemen.

De directie moet daarom niet alleen kunnen aangeven dát er beveiligingsmaatregelen zijn genomen, maar ook waarom deze maatregelen passend zijn en hoe de werking ervan wordt gecontroleerd.

Toezicht en handhaving

De naleving van de Cyberbeveiligingswet wordt gecontroleerd door verschillende sectorspecifieke toezichthouders.

Bij het toezicht wordt onderscheid gemaakt tussen essentiële en belangrijke entiteiten:

  1. Essentiële entiteiten kunnen proactief worden gecontroleerd, ook wanneer er nog geen incident of concrete aanwijzing van een overtreding is.
  2. Belangrijke entiteiten vallen voornamelijk onder reactief toezicht, bijvoorbeeld na een incident of een signaal dat de wet mogelijk niet wordt nageleefd.

Tijdens een controle moet een organisatie kunnen aantonen dat zij haar risico’s kent, passende maatregelen heeft genomen en de werking daarvan bewaakt. Alleen aangeven dat de IT “goed geregeld” is, is niet voldoende. Risicoanalyses, beleidsdocumenten, procedures, contractuele afspraken, registraties en uitgevoerde controles kunnen hierbij als bewijs dienen.

Waarom moet je nu beginnen?

De periode tot 15 augustus 2026 is kort. Bovendien is cybersecurity geen eenmalig project dat vlak voor de deadline kan worden afgerond.

Een goede voorbereiding begint met inzicht. Breng daarom eerst in kaart:

Het NCSC adviseert organisaties om te beginnen met een risicoanalyse en op basis daarvan passende maatregelen te bepalen. Wachten tot een klant, toezichthouder of incident om bewijs vraagt, vergroot het risico dat belangrijke onderdelen niet tijdig op orde zijn.

Gratis e-book downloaden

Hiermee werk je toe naar naleving van de NIS2-richtlijn

SOCaaS

Met Security Operations Center as a Service wordt jouw IT-omgeving continu bewaakt op verdachte activiteiten, kwetsbaarheden en mogelijke aanvallen. Afwijkingen kunnen sneller worden ontdekt en onderzocht, waardoor je eerder kunt ingrijpen bij een incident.

Continue monitoring ondersteunt onder andere de risico- en incidentbeheersing die binnen de zorgplicht van de Cyberbeveiligingswet wordt gevraag

Netwerkbeheer

Een veilig en betrouwbaar netwerk vormt de basis van de digitale weerbaarheid van jouw organisatie. Goed netwerkbeheer helpt bij het beveiligen van verbindingen, apparaten, gebruikers en toegang tot bedrijfskritische systemen.

Vinotechniek ondersteunt organisaties bij het inzichtelijk maken, beheren, monitoren en beveiligen van hun netwerkomgeving.

Bereid jouw organisatie voor op de Cyberbeveiligingswet

Weet je niet zeker of jouw organisatie onder de Cyberbeveiligingswet valt? Of wil je weten welke technische maatregelen nog nodig zijn om jouw digitale weerbaarheid aantoonbaar te verbeteren?

Begin met een inventarisatie van jouw huidige IT-omgeving, risico’s en beveiligingsmaatregelen. Zo krijg je inzicht in kwetsbaarheden en kun je gericht bepalen welke stappen vóór en na 15 augustus 2026 nodig zijn.

Neem contact op met Vinotechniek voor ondersteuning bij jouw netwerkbeveiliging, monitoring en technische voorbereiding op de Cyberbeveiligingswet.

FAQ over de NIS2-richtlijn

De Nederlandse Cyberbeveiligingswet treedt op 15 augustus 2026 in werking. Deze wet implementeert de Europese NIS2-richtlijn en vervangt de huidige Wbni.

Dat kan. Middelgrote bedrijven in aangewezen sectoren kunnen rechtstreeks onder de Cyberbeveiligingswet vallen. Daarnaast kunnen kleinere mkb-bedrijven indirect met de wet te maken krijgen wanneer zij leverancier zijn van een organisatie die wel rechtstreeks onder de wet valt.

Nee. Naast de omvang moet worden gekeken naar de sector, de activiteiten, de jaaromzet, het balanstotaal en mogelijke uitzonderingen. Sommige specifieke organisaties vallen bovendien ongeacht hun omvang onder de wet

Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, moeten zich registreren in het nationale entiteitenregister via MijnNCSC. Deze verplichting geldt vanaf 15 augustus 2026.

Een significant incident moet zo snel mogelijk worden gemeld. De eerste waarschuwing moet in ieder geval binnen 24 uur na constatering bij het CSIRT en de bevoegde toezichthouder worden gedaan.

Begin met het vaststellen of jouw organisatie rechtstreeks of indirect met de Cyberbeveiligingswet te maken krijgt. Voer vervolgens een risicoanalyse uit, inventariseer bestaande maatregelen en bepaal welke technische, operationele en organisatorische verbeteringen nog nodig zijn.